- Sung by
- Sw Ramses Shaffy
- Written by
- Sw Ramses Shaffy
- Album
- Ramses in Wajid (1985)
- Length
- 3:04
Ramses starts with:
Er was een heel klein vrouwtje, dat breide een man.
Ze was altijd alleen en dacht: 'Wat heb je daar nou aan?'
Dus breide ze eerst zijn oortjes en zijn oogies en zijn bekkie.
Ze breide toen z'n neusie en zijn kinnetje en zijn nekkie.
Ho ho ho ho ho ho ho
Ze breide toen z'n neusie en zijn kinnetje en zijn nekkie.
Ze breide een mooi lijfje en dacht: 'Zo, dat is klaar.'
Ze haakte in de gauwigheid een mooi gebloemd altaar.
Ze trouwde in de morgen en ze dacht: 'Ik noem hem Heintje.'
Ze aten samen gebakken koek en dronken samen een wijntje.
Ho ho ho ho ho ho ho
Ze aten samen gebakken koek en dronken samen een wijntje.
Ze dacht: 'Nu gaan we op huwelijksreis.', deed Heintje in haar tas.
Ze liep langs groene weiden en ging zitten bij een plas.
Ze nam hem in haar armen en zong voor hem een liedje.
Ze dronken samen ranja uit een flesje met een rietje.
Ho ho ho ho ho ho ho
Ze dronken samen ranja uit een flesje met een rietje.
Ze dacht: 'Nu komt de regen, ik hoop dat ik het red.
We moeten gauw naar huis toe en lekker vroeg in bed.'
Ze werden in het ledikant al heel gauw goeie maatjes,
maar toen ze 's morgens opstond vond ze alleen wollen draadjes.
Ho ho ho ho ho ho ho
Toen ze 's morgens opstond vond ze alleen wollen draadjes.
Ze dacht: 'Dat is nou jammer, we hadden het zo fijn,
Maar ergens moet in huis nog wol te vinden zijn.
Ze zei: 'Ach, lieve Heintje, we hielden van elkander.
Wees nu maar niet boos, dat ik toch van man verander.'
Ho ho ho ho ho ho ho
Want zolang er nog wol is, maak ik gewoon een ander.
